Zeg nooit meer dat de middeleeuwen een duistere tijd was …

23/01/2025

Dat heeft een archeoloog van de UGent proefondervindelijk vastgesteld in zijn masterscriptie. Hij trok ervoor naar het Openluchtmuseum van Bokrijk.

In een willekeurige film of tv-serie die zich afspeelt in de middeleeuwen word je vaak ondergedompeld in letterlijk donkere huisinterieurs. Archeoloog Natan Heidbüchel van de UGent wilde wel eens weten of het toen écht zo donker was.

Om de precieze lichtomstandigheden van toen te reconstrueren rafelde Natan historische bronnen uit en bestudeerde hij schilderijen. Met de verkregen info, een eind vlastouw en door bijenwas of talg te smelten op een vuurtje heeft hij op z’n middeleeuws kaarsen nagemaakt. De walm moest hij erbij nemen. Het stadskwartier met zijn 15e- en 16e-eeuwse gebouwen en gevels uit de Antwerpse binnenstad in Bokrijk zou het passende decor bieden, dacht hij. Ze zagen hem graag komen, daar in Bokrijk. Met alles hield hij rekening en alles testte hij uit: de glas-in-loodramen, de ramen met geolied linnen, luiken openen en weer sluiten, het weer, de zonnestand  … En ja hoor, de gemeten lichtsterkte was wel degelijk voldoende om de gemiddelde late middeleeuwer niet alleen overdag maar ook ’s avonds zijn dagelijkse ambachtelijke bezigheden te laten uitvoeren zonder dat hij zich blind hoefde te staren. Trouwens, naast kaarsen gebruikte hij ook wel olielampjes en kienspaantjes om klaar te zien.

Vakkringen bekroonden het experiment van Natan Heidbüchel met een archeologieprijs en vermelding in een toonaangevend tijdschrijft.