Stangpoppentheater Toone in Brussel erkend als immaterieel cultureel Unesco-werelderfgoed

08/01/2026

Als laatst overgebleven marionettentheater in onze hoofdstad pronkt Toone voortaan met deze eervolle Unesco-bekroning. Zowaar een triomf voor de Brusselse volksziel!

Eind 16e eeuw begon de Spaanse inquisitie geloofsafvalligen in onze contreien te vervolgen en streng te bestraffen. De Brusselse toneelgezelschappen trokken zich terug in enge clandestiene kelderruimten waar ze hun haat tegen de kerkelijke rechtbank uitschreeuwden door de mond van houten met stangen bewogen poppen. Het publiek, jong en oud, smulde ervan. Het kon ongeremd zijn drang naar spot en satire botvieren. Tot wanneer de inquisiteurs lucht kregen van het in hun ogen zedeloze spektakel, de poppen op de brandstapel kieperden en spelers zware boetes oplegden of zelfs in de martelkamer op andere gedachten trachtten te brengen. Pas in de 19e eeuw bloeide dit volksvermaak weer op. Op zijn hoogtepunt telde Brussel enkele tientallen poesjenellenkelders, geconcentreerd in de Marollenwijk, waaronder Koninklijk Theater Toone. Het allereerste poppentheater dat het levenslicht zag, omstreeks 1830, samen met België. Antoine Genty, alias ‘Toone’, was de stichter en zou tot op de dag van vandaag zijn naam doorgeven in een ononderbroken reeks ‘Toones’. Maar opnieuw kwam de klad erin. De opkomst van de stomme film, later de gesproken film, en het voetbal deed andermaal de zalen leeglopen.

Koninklijk Theater Toone, sinds eind jaren ’60 gevestigd op het Klein Eilandje bij de Grote Markt, meer bepaald in de Schuddeveldgang, trotseert trots de tijdsgeest en leidt zijn spektakelstukken in het plat Brussels naar grote triomfen, ook in het buitenland. Inmiddels staat Nicolas Géal, alias ‘Toone VIII’ aan het roer. Vooral wie de folklore een warm hart toedraagt, komt er nu genieten van een mix van toneelklassiekers, volksverhalen, satire en zelfs religieuze en historische werken, alles vrij geïnterpreteerd.

Zouden in de coulissen Toones IX en X zich al staan op te warmen om deze authentieke brok Brusselse cultuur tot het einde der dagen door te geven?