Beiaardkunst: muzikaal erfgoed

19/12/2024

Frieten, chocolade, wafels, bier, strips … stuk voor stuk Belgische specialiteiten. Doe daar ook de beiaardcultuur bij, die zich in de 16e eeuw over het volledige grondgebied van de toenmalige Nederlanden verspreidde en in 2014 is uitgeroepen tot immaterieel cultureel erfgoed van de UNESCO.   

Eind 15e eeuw ontstond de beiaardkunst in de Vlaamse en de Franse gouwen. De bespeler tikte oorspronkelijk met een hamer afwisselend een van zijn vier klokken aan, zijn zogeheten quadrillion, de voorloper van het volwaardige multiklokkenspel van 49 stuks, zoals we dat vandaag kennen. Naarmate het aantal uitbreidde, kwam men algauw handen te kort. Het bleek eenvoudiger ze via touwtjes van een afstand te behameren. Daarna werden de touwtjes samengebracht in een stokkenklavier voor de handen en een voor de voeten en kon de beiaardier zich boven in zijn toren, op zijn bankje aan zijn pupiter, volledig laten gaan. In de 17e en 18e eeuw maakte het instrument een echte bloeiperiode door. In heel wat steden weerklonken meermaals per dag de vijf tot soms wel tien beiaarden, meestal ondergebracht in de toren van historische gebouwen als kerken, belforten of stadhuizen. In de 19e eeuw was er een terugval maar de heropleving kwam in de 20e eeuw. Hoewel de Lage Landen met Mechelen als de trotse hoofstad het kerngebied zijn en blijven, brak de beiaard internationaal door, met vooral de Verenigde Staten als populairste groeigebied. Dat is in een notendop de ontstaansgeschiedenis van deze muzikale traditie.   

Hun kennis en vakmanschap doen klokkenisten bij ons op aan de oefenklavieren van beiaardscholen en in de praktijk bij doorgewinterde professionals – in de VS is de traditie zelfs uitgegroeid tot een universitaire discipline. Vergis je niet: zowel vrouwen als mannen ambiëren de kunde van het vuisten-, vinger- en voetenspel en de wetenschap van alles wat erbij hoort: het door de tijden heen wijzigende repertoire, de maatschappelijke evoluties, de beiaard in de literatuur … Wanneer de speler alles onder de knie heeft, is hij klaar om zijn meestal vrolijk gejubel door de galmgaten uit te storten boven de hoofden van het opgekomen publiek en toevallige voorbijgangers beneden en de wijde omgeving, tijdens marktbespelingen, zomeravondconcerten, feestdagen of bij andere gelegenheden. Visueel en rechtstreeks auditief contact met de wereld daarbuiten moet de eenzame speler node missen maar wanneer het applaus langs de muren omhoogkruipt tot in de torenkamer, weet hij dat hij goed zit.   

Naast de vele tientallen handbespeelde beiaarden vind je in Vlaanderen en Wallonië nog een reeks automatische speelwerken die dag en nacht de tijd ritmeren.