Universiteit Gent slaagt erin rijst te verbeteren

21/09/2015

Onderzoekers van het Laboratorium voor Functionele Plantenbiologie van de Universiteit Gent zijn erin geslaagd om rijst te ontwikkelen met een stabiel gehalte aan folaten, ook vitamine B9 of foliumzuur genoemd. Een tekort aan foliumzuur is in ontwikkelingslanden een vaak voorkomend gezondheidsprobleem. De ontwikkeling van rijstvariëteiten met een stabiel B9-gehalte is een belangrijke stap voorwaarts, zeker als men weet dat ongeveer de helft van de wereldbevolking op rijst leeft. Bovendien zijn de wetenschappers ervan overtuigd dat de techniek ook toepasbaar is op andere gewassen.

Vitamine B9 of foliumzuur kan niet door het lichaam zelf worden aangemaakt. Het is in grote hoeveelheden aanwezig in groene bladgroenten en in peulvruchten. Veel andere gewassen, zoals rijst en granen, bevatten echter weinig vitamine B9. Een tekort aan foliumzuur heeft ingrijpende gevolgen voor de gezondheid. Naast bepaalde vormen van bloedarmoede, kan een foliumzuurtekort bij zwangere vrouwen zorgen voor spina bifida (een zogenaamde open rug) bij de baby. Andere mogelijke gezondheidsproblemen zijn een hoger risico voor de ziekte van Alzheimer, cardiovasculaire aandoeningen en de ontwikkeling van bepaalde kankers.

Foliumzuur heeft net als andere vitaminen het nadeel dat het afbreekt door contact met zuurstof, licht, vocht, verhoogde temperaturen en verandering in de zuurtegraad. Daarom is het belangrijk om voedsel zoals groenten en fruit zo vers mogelijk te eten. Niet alleen bij het versnijden, maar ook bij het bewaren kunnen de vitaminegehaltes aanzienlijk dalen. Zeker in ontwikkelingslanden, waar voeding vaak bij een hogere temperatuur en vochtigheid worden bewaard, kan dit problematisch zijn.

In 2007 ontwikkelde een team van onderzoekers van de UGent al een eerste generatie nieuwe rijst met tot 100 keer hogere B9-gehaltes. Maar er werd ook vastgesteld dat de vitamine B9 in die rijst met ongeveer de helft was afgenomen na een half jaar bewaring. Om daar iets aan te doen, was het belangrijk om een nieuw prototype rijst te ontwikkelingen waar de het B9-gehalte stabiel blijft bij lange bewaring.

Om de hoge folaatgehaltes te stabiliseren gebruikten de onderzoekers 2 strategieën. Een eerste strategie bestond erin de folaten te omkapselen met een folaatbindend eiwit. Een tweede strategie was het verlengen van de staart van de folaatmolecule, zodat de binding met folaatafhankelijke eiwitten bevorderd wordt. De studie toont aan dat deze procedure niet alleen zorgt voor stabiel gehalte aan foliumzuur, maar ook dat de nieuwe combinaties van genen voor meer dan 150 keer meer folaten zorgen dan in gewone rijst.

“Door alle genen waaraan geknutseld werd naast elkaar te plaatsen, kan het gewijzigde stukje genetisch materiaal relatief gemakkelijk overgedragen worden naar populaire rijstvariëteiten”, stellen de onderzoekers. Ze maken zich ook sterk dat ze de strategie die in dit pionierswerk werd aangewend ook kunnen toepassen op andere gewassen, zowel graangewassen als tarwe en sorghum, en niet-granen, zoals aardappelen of bananen.

Het onderzoek was een nauwe samenwerking tussen de laboratoria van professor Dominique Van Der Straeten (ontwikkelen en karakteriseren van de nieuwe rijstvariëteit), professor Willy Lambert en professor Christophe Stove (ontwikkelen van meetmethodes om de folaatgehaltes te meten), doctor Hans De Steur en professor Xavier Gellynck (het bestuderen van de socio-economische impact van de folaatrijst). De resultaten werden gepubliceerd in het gerenommeerde tijdschrift Nature Biotechnology.