Walter Swennen: dichter, schilder, hoogleraar
De galerie die hem vertegenwoordigde, omschreef hem als ‘een van de meest invloedrijke Belgische schilders’, maar de in Brussel geboren Walter Swennen (1946-2025) was een man met vele talenten. Een terugblik op een opmerkelijke carrière en leven.
Walter Swennen was het tweede van zes kinderen. Hij werd op 27 februari 1946 geboren in de Brusselse gemeente Vorst. Hij leerde schilderen toen hij nog maar een tiener was, op de middelbare school, maar de wereld zou pas veel later kennismaken met de schilder Swennen.
Aanvankelijk schreef deze opmerkelijke Belg zich in aan de Université Saint-Louis om filosofie te studeren, maar dat was niet helemaal zijn dada, zijn ding, zeg maar. In plaats daarvan leerde hij het vak van graveur aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Uiteindelijk ging Swennen psychologie studeren aan de Université Catholique de Louvain (UCL) en behaalde hij zijn diploma in 1973.
Maar zelfs daarvóór was mijnheer Swennen helemaal wat anders, namelijk dichter, in het midden van de jaren zestig, toen de Beat Generation die hem inspireerde, afliep. Hij herkende zichzelf in het Dada-manifest (vandaar de bovenstaande uitdrukking) en vond een vriend in Marcel Broodthaers, een enorm invloedrijke Belgische dichter die beeldend kunstenaar werd. Swennens gedicht Balade pop is aan hem opgedragen.
Het was een heel ander decennium toen Walter Swennen, inmiddels hoogleraar psychoanalyse aan de Ecole de Recherche Graphique (ERG), zich vastbeet in datgene waar hij het meest bekend om zou worden. In 1981 kreeg hij zijn eerste solotentoonstelling als schilder en in 1982 volgden twee groepstentoonstellingen waarin hedendaagse schilders centraal stonden.
De oplettende kijker zal opmerken dat zijn naam nogal Vlaams klinkt, terwijl hij naar Franstalige instellingen ging. Dat komt omdat zijn ouders, toen hij vijf was, besloten thuis alleen Frans te spreken. Dat heeft veel van zijn werk beïnvloed.
Maar wat kenmerkt het werk van Swennen eigenlijk? In zijn eigen woorden: ‘Er is geen betekenis, er is alleen het geheim. En het geheim is te vinden in het creëren van kunst.’ Zijn ervaring was dat ‘de dingen van buitenaf komen, je begint gewoon te schilderen en dan moet je erop reageren.’ In die zin leek zijn benadering op die van de abstracte expressionisten. Hij geloofde in de totale autonomie van het kunstwerk en vond dat kunst vrij moest zijn van opgelegde betekenis.
Swennen heeft niet alleen in de grootste Belgische instellingen geëxposeerd, maar ook in de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland en Nederland, zoals het een kunstenaar van zijn kaliber past. Hij zal gemist worden.
Foto: Pauline Colleu